Diversiteit en onderwijs: labels zijn nuttig, deel 1

Bijgewerkt op: 24 jun 2020

Er zijn zo van die leerlingen die aan je blijven plakken. Jonathan (schuilnaam) is er zo eentje. Hij leerde me iets bij over het nut van labels.


Voor de kijkdieren: de video (bondiger). Voor de leesdieren: lees verder (meer toelichting).


Op zijn vorige school konden ze niets meer met hem aanvangen. Zo kwam Jonathan bij ons terecht. De school van de laatste hoop. Een ultieme poging om in het ‘gewoon’ onderwijs te functioneren.


Vijfde leerjaar, 1 september: Ik probeer, zoals altijd aan het begin van het schooljaar, zoveel mogelijk te vergeten wat ik over de kinderen heb gehoord of gelezen. Van Jonathan valt me op hoe hij krampachtig zijn best doet om alles juist te doen. Hij zit wat ineengedoken en lijkt contact met anderen te vermijden. Ik bespeur wat paniek als het even te snel gaat of als hij een opdracht niet meteen begrijpt.


De volgende dagen zoek ik verbinding met Jonathan, maar zonder veel succes. Mijn vrolijke goedemorgen wordt in het beste geval beantwoord met een grom, zonder me aan te kijken. Ook op de speelplaats zit hij meestal mompelend in zijn eigen wereldje. Kinderen die moeite doen om hem in hun spel te betrekken, worden hoofdschuddend weggestuurd.


De meeste stukjes leerstof die we herhalen, lukken aardig. Als alles gaat zoals voorzien, is hij de vlijt zelve. Oefeningen die niet lukken, blijken voor Jonathan een ramp. Intense huilbuien, ik-kan-dat-niet-momenten en af en toe een scheldtirade aan mijn adres worden deel van de dagelijkse routine. Als ik iets verander aan de dagplanning, ben ik helemaal een monster.


Autisme. Als er een Flair-test zou bestaan (misschien is dat wel zo), dan scoort Jonathan waarschijnlijk 10/10. Hij was er nooit op getest. Voor mij hoefde dat ook niet. Het interesseerde me zelfs niet of hij een autismespectrumstoornis had of niet, of in welke mate.


Veel belangrijker: mijn basiskennis over ASS gaf me een richting waarin ik kon gaan zoeken naar manieren om Jonathan verder te helpen. Ik ging als het ware in mijn hoofd op zoek naar alle kennis met het labeltje autisme. Dat gaf me houvast en maakte mijn job makkelijker, overzichtelijker. Ik kon meteen dingen uitproberen en hoefde niet te wachten op eventuele, lange procedures via bijvoorbeeld CLB.


Zo paste ik bijvoorbeeld mijn vragen aan wanneer ik contact zocht. Een tijdlang geen open, maar wel eenduidige vragen, met een eenvoudig antwoord. Ben je naar de training geweest? Regende het nog? Thuis zei Jonathan wat later dat hij graag met mij praatte, tot grote verbazing van zijn ouders. ‘De juf stelt duidelijke vragen.’ Die duidelijke vragen maakte ik trouwens gaandeweg wat ruimer:’ Welke oefeningen deden jullie op training?’ En gaandeweg, na enkele maanden, begonnen we het zelfs voorzichtig over gevoelens te hebben: ‘Wat vond je de leukste oefening?’


Die gesprekken, variërend van 15 seconden tot enkele minuten, zorgden voor een nieuwe basis voor ons werk in de klas. Meer structuur leidde tot minder paniekmomenten. Als ik de dagplanning moest wijzigen, legde ik eerst even aan Jonathan uit waarom. Bij individuele instructie zorgde ik ervoor niet te dicht bij hem te zitten en hem zeker niet aan te raken. Stappenplannen zorgden ervoor dat Jonathan nog in het eerste trimester dingen deed die voordien onmogelijk leken.


Het ging nog verder. Wat Jonathan (over)gestructureerd deed, deden andere kinderen soms volledig structuurloos. En dus schakelde ik Jonathan heel voorzichtig in om anderen structuur bij te brengen. Eerst enkel met kinderen waarbij hij zich veilig voelde en heel kort. Tegen het einde van het schooljaar gaf hij presentaties van enkele minuten voor de hele klas.

Als ik het labeltje autisme en bijhorende do’s en don’ts niet had gekend, was het voor mij een pak moeilijker geweest om met Jonathan aan de slag te gaan.

De vaststelling dat veel van Jonathans eigenschappen onder de vlag autisme vielen, bezorgde me een set van potentieel interessante werkwijzen. Sommige werkten, andere niet.


Maar het resultaat was wel een kind dat zicht beter in zijn vel voelde, liever dan ooit naar school kwam en voor het eerst vrienden maakte. Uiteindelijk genoot ik zelfs enkele keren per week van een binnensmonds gemompelde ‘goedemorgen, juf’.


De diagnose ASS had ik voor Jonathan niet nodig, de strategieën met het label ASS wel.




82 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven