Het lerarentekort: hoe los je dat op? Deel 3: Communicatie, communicatie, communicatie!

Bijgewerkt op: 2 dagen geleden

Het lerarentekort: hoe los je dat op?


Uiteraard bestaat er geen eenvoudig en ‘one size fits all’ antwoord op die vraag. In deze blogreeks zoom ik in op één essentieel deel van de oplossing: het aan boord houden van bevlogen onderwijsmensen.


Moedige en radicale beslissingen op beleidsvlak zijn daarvoor nodig. Beleidsevolutie kost echter tijd en het lerarentekort: dat is er nu. Daarom focus ik in deze reeks op wat je vandaag in de praktijk kan doen, binnen de huidige wettelijke context, met af en toe een boodschap richting beleid. Geen waarheden als een koe - die zijn er in deze discussie namelijk niet -, wel prikkels, ideeën, tools. Aan jou om te selecteren wat interessant is voor jouw school. Ik richt me in deze artikels op het basisonderwijs, maar veel is even goed bruikbaar op andere onderwijsniveaus.


Vandaag deel 3: Communicatie, communicatie, communicatie!


Ondermaatse communicatie is de oorzaak van heel wat onheil in schoolteams. Andersom zorgt goede communicatie voor rust en vermijdt ze een berg mogelijke problemen.


Die goede communicatie is niet enkel een verantwoordelijkheid van de directie. Het begint bij jou, welke functie je op school ook hebt. Het begint bij 'Goeiemorgen!', bij 'Hoe is het met je?' of 'Fijn weekend gehad?' Het begint bij pauze nemen en daarin even tijd maken om te verbinden met elkaar.


In het leraarslokaal praten An en Ebru over collega Gaetan. Het gesprek is onder elkaar, maar toch duidelijk hoorbaar voor enkele anderen. De toon wordt steeds negatiever. ‘Het is altijd hetzelfde met hem.’ ‘Die doet nooit wat hij belooft.’ Lou, een andere collega, pikt in en voegt nog wat eigen frustraties toe. Dirk, een goede vriend van Gaetan, volgt het gesprek zwijgend op. Ik kan niet anders dan dit aan Gaetan vertellen, bedenkt hij zich achteraf.

Veel meer dan het teveel aan mails van de directie, is het dit soort alledaagse communicatie die zorgt voor problemen op school. Wat begint als een ‘onschuldig’ roddelmomentje, kan al snel ontaarden in een sfeer van wantrouwen en kliekjesvorming.


Als je absoluut wil ventileren over een collega, dan doe je dat niet in een leraarslokaal. Als je werkelijk een probleem met een collega wil oplossen, dan kan dat enkel door die persoon rechtstreeks aan te spreken, al dan niet met een derde (formele of informele bemiddelaar) erbij. Pik je dit soort negatief geroddel op bij collega’s, zwijg dan niet, maar ga ook niet mee in de inhoud van het gesprek. Maak duidelijk dat je het niet fijn vindt dat er op die manier over collega’s wordt gepraat.


In te veel schoolteams worden geroddel, onenigheden en kleine, al dan niet onderhuidse conflicten weggezet als onschuldig. Niets is minder waar. Met alle collega’s bewuster (verbindend) communiceren en op een constructieve manier kleine conflicten oplossen, behoren tot dé sleutels die leiden tot meer verbinding en werkplezier. Lukt je dat niet goed? Dan kan je dat leren.


Wordt hier niet genoeg op ingezet, dan groeien kleine spanningen uit tot oorlog. Te vaak wordt pas dan actie ondernomen en is het de (arme) directeur die de boel mag oplossen. Voor een tijdje toch.


‘Onze vergaderingen hebben twee delen. Eerst is er de officiële vergadering, waarin iedereen vooral zwijgt, op een paar luide stemmen na. Achteraf is er de navergadering, op weg naar de auto of de trein en nog wat verder via sociale media. Dan pas komen de tongen echt los.’

Een ander element van goede communicatie op school is het komen tot breed gedragen beslissingen. Dat doe je zelden door wat te discussiëren en dan te stemmen. Zorg er om te beginnen voor dat iedereen in het team zich gehoord voelt. Daarover schreef ik eerder deze blog.


Zoek met je collega’s uit waarin, in welke mate en op welke manier jullie als team inspraak willen. Voor sommige zaken zijn autoritaire, snelle beslissingen door de directie of iemand met een bepaalde verantwoordelijkheid best oké. Voor andere zaken volstaat een gewoon democratisch procesje.


Moet er iets beslist worden dat er écht toe doet? Ga dan voor een diep democratisch proces, waarbij je niet zomaar tevreden bent met een meerderheid, maar actief aan de slag gaat met de mensen die tegen stemden. Wat hebben ze nodig om mee te gaan met het besluit? Welke inbreng hebben ze die het besluit nog verbetert? Op die manier met elkaar communiceren zorgt voor veel breder gedragen besluiten en meer verbinding.


Donderdagavond, 21.30 uur. Ik kreeg vandaag weer 9 mails van collega’s. De WhatsApp groep van de school blijft maar pingen. Twee ouders zijn via Facebook een gesprek met me begonnen. Ik word gek van al die communicatie.

En dan is er natuurlijk de online kant van de communicatiezaak. Eén sleutel kan daarbij een groot verschil maken: goede, gedetailleerde afspraken over wie, wanneer, via welk kanaal communiceert of bereikbaar hoort te zijn. Dat geldt zowel intern als voor jullie communicatie met ouders. Ga voor eenvoud: beperk de kanalen en maak duidelijke afspraken over momenten en periodes waarin je niet bereikbaar hoeft te zijn. Ook dat geeft rust.


In veel schoolteams waar het wat minder draait, is communicatie de olifant in de kamer. Benoem het beest. Zoek uit wat er scheelt en wat jullie nodig hebben. Leer beter communiceren als dat nodig is. Breng in de praktijk. Merk het verschil. Ik begeleid jullie graag in dat proces.


Binnenkort deel 4: Een agenda, moet dat eigenlijk?

99 keer bekeken0 reacties