Elke leraar zijn/haar ding laten doen, maakt een team sterker

Bijgewerkt: 23 jun 2020

1990: Ik zit in het vierde leerjaar bij meester Baert. Lesonderwerp: het leven in de prehistorie. Werkvorm van de leraar: frontaal lesgeven, drie kwartier aan een stuk. Geen elektronisch bord, geen computer, zelfs geen prenten.


En toch betovert de meester ons. Als een volleerd cabaretier geeft hij ons een bevlogen show over hoe de mensen het vuur ontdekten en aan eten raakten. De hele klas giert het uit van plezier. Tegelijk onthouden we elk woord dat komt uit de lippen waaraan we hangen. We kunnen de volgende les en zelfs weken later nog perfect met eigen woorden zélf die les geven. Allemaal.


Ik kan het nog steeds, dertig jaar later.


1992: Meester Mosselmans laat ons de omtrek en de diameter van enkele langspeelplaten en andere schijven en cirkels meten. De meester is in een goede bui, maakt grapjes en vraagt ons, enigszins mysterieus, om de omtrekken te delen door de bijhorende diameters.


3,12. 3,16. 3,17. 3,13. Hoe meer uitkomsten van staartdelingen er op het krijtbord verschijnen, hoe enthousiaster de meester wordt. Hij vliegt heen en weer over het podium vooraan in de klas en er verschijnen zweetdruppels op zijn voorhoofd. Kort voor de ontknoping, de ‘ontdekking’ van het getal pi, gaat zelfs zijn kostuumvest uit en zijn das losser.


Ik ben nooit vergeten waar het getal pi vandaan komt.


Intussen lijkt het bij momenten verboden om les te geven zoals meester Baert of Mosselmans dat deden. Blended learning, werken aan 21st century skills, preteaching, coöperatief leren, EDI: zo moet het. Frontaal lesgeven is niet meer van deze tijd. Wetenschap heeft al lang bewezen dat andere methodes beter zijn en meer resultaat opleveren.


Je hoeft me absoluut niet te overtuigen van het nut van elk van deze strategieën. Ik pas ze zelf voortdurend toe in mijn eigen lesgeven. Ook ik heb ondervonden en cijfermatig vastgesteld dat ze vaak efficiënter zijn dan voor je klas een stuk leerstof staan aframmelen.


Tegelijk vind ik dat we te vaak voorbij gaan aan wat voor type leraar iemand is. Collega Nele is een kei in het begeleiden van kinderen terwijl ze in hun Freinetklas allemaal aan iets anders werken. Ikzelf vind het ook leuk om te zien welke resultaten kinderen op die manier in mijn klas halen, maar toch ben ik meer een geboren verteller. Ik voel en kan meetbaar vaststellen dat ik voor sommige stukken leerstof meer impact heb als ik ze doodgewoon… vertel.


We hebben het zo vaak over differentiëren bij onze kinderen, maar doen we dat nog niet te weinig bij onszelf als onderwijsmensen? Wetenschappelijke resultaten van een leermethode zijn één ding, welke methodes een leraar in de vingers heeft, een ander. Voor een zelfde leerstofonderdeel, kunnen leraren met een heel verschillende aanpak, volgens mij dezelfde resultaten behalen. Als ze maar goed zijn in de manier waarop ze het aanpakken.


Werken aan het onderwijs van de toekomst betekent daarom voor mij niet enkel het uitdenken en implementeren van nieuwe leerstrategieën. Het is ook een zoektocht naar welke strategie bij welke leraar past. Het is voor een stukje durven afstappen van eenheidsworst: ‘iedereen in onze school moet het zo doen’. Met die manier van werken, vaak bedoeld om krampachtig leerlijnen te bewaken, mis je een pak onderwijspotentieel.


Tegelijk: hoeveel meer plezier zouden leraren aan hun job beleven als ze het gevoel hebben helemaal hun ding te kunnen doen, zich helemaal te kunnen uitleven in hun ‘zone of genius’?


In een wielerploeg vraag je aan een spurter ook niet om een nieuwe methode om beter te klimmen uit te proberen. Je vraagt haar of hem om goed genoeg te kunnen klimmen om de ploeg te dienen en vooral om de spurt te halen, om daar uit te blinken.


Werken aan het onderwijs van de toekomst, is niet verwachten dat iedereen nieuwe strategieën op dezelfde manier toepast. Het is zorgen dat elke leraar kan lesgeven op een manier die maximaal aansluit bij zijn of haar eigen talenten. Dat draagt bij aan een meer ontspannen schoolteam en minder uitval van mensen. Zó gaat de leef- en onderwijskwaliteit op een school vooruit.


Meester Baert en meester Mosselmans zouden volgens mij prima in zo een team passen, ook nu in 2020.



45 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven