Het lerarentekort: hoe los je dat op? Deel 2: Meer autonomie én meer samen

Bijgewerkt op: sep 30

Het lerarentekort: hoe los je dat op?


Uiteraard bestaat er geen eenvoudig en ‘one size fits all’ antwoord op die vraag. In deze blogreeks zoom ik in op één essentieel deel van de oplossing: het aan boord houden van bevlogen onderwijsmensen.


Moedige en radicale beslissingen op beleidsvlak zijn daarvoor nodig. Beleidsevolutie kost echter tijd en het lerarentekort: dat is er nu. Daarom focus ik in deze reeks op wat je vandaag in de praktijk kan doen, binnen de huidige wettelijke context, met af en toe een boodschap richting beleid. Geen waarheden als een koe - die zijn er in deze discussie namelijk niet -, wel prikkels, ideeën, tools. Aan jou om te selecteren wat interessant is voor jouw school. Ik richt me in deze artikels op het basisonderwijs, maar veel is even goed bruikbaar op andere onderwijsniveaus.


Vandaag deel 2: Meer autonomie én meer samen


Al onze kinderen zijn anders en hebben verschillende noden. En dus differentiëren we voor hen. Ook alle leerkrachten zijn anders en hebben verschillende noden. Waarom differentiëren we dan niet wat meer voor hen?


‘Tanja, de bevlogen juf van het derde leerjaar, heeft het moeilijk. De dagelijkse zorg voor haar twee jonge kinderen en haar dementerende moeder vallen haar zwaar. Een stevige griep een paar weken geleden bezorgde haar ook nog eens een pak werkachterstand, die ze maar niet ingehaald krijgt. Rusten zit er niet meteen in, want morgen, zaterdag, wordt ze verwacht mee te draaien op het eetfestijn van de school en zondag is er alweer de voorbereiding voor volgende week.’

Jammer voor Tanja, maar iedereen gelijk voor de wet: ze zal morgen een hele dag spaghetti staan koken. Dat is hoe het vaak gaat. Je kan je afvragen of dat in het belang van de school en de leerlingen is. Tanja staat aan de rand van een afgrond. Iets kleins als het eetfestijn kan nu genoeg zijn om haar te laten vallen. Hoe diep, dat weet niemand. Mogelijk is ze maanden afwezig. Het is een fabel dat burn-out enkel veroorzaakt wordt door te veel werken. Bijna altijd is het combinatie van werk, privé en persoonlijkheid die leiden tot de val.


Je kan Tanja ook één stapje terug laten zetten. Niet dat de afgrond dan plots ver weg is, maar het is tenminste een beweging in de goede richting. Dat kan bijvoorbeeld door overeen te komen dat ze niet of korter op het eetfestijn zal zijn. Die paar uurtjes, maar zeker ook het gebaar op zich, kunnen een verschil maken.


Daarvoor moet je natuurlijk eerst weten dat er iets aan de hand is met Tanja en samen op zoek willen gaan naar oplossingen. Samen, want enkel Tanja zelf weet wat haar vooruit kan helpen en wat niet. Misschien kan tijdelijk een deel van de ondersteuningsuren in haar klas gebruikt worden om haar twee uurtjes per week extra klasvrij te maken: een adempauze. Misschien kunnen haar toezichten tijdelijk worden overgenomen. Mogelijk heeft Tanja zelf een heel ander idee.


Deze manier van zorgen voor mensen hoeft niet (enkel) op de schouders van de directeur te liggen. Sommige scholen hebben een team welzijn of een ‘manager of teacher happiness’, die ook werkelijk een paar uren heeft om deze functie in de praktijk te brengen.

‘Twee jaar geleden schakelden wij (weeral) over op een nieuw digitaal agendasysteem. Sommigen collega’s vinden het handig en zijn fan. Voor mij is het een ramp. Het maken van mijn agenda is een tijdrovend, nutteloos en demotiverend stuk van mijn werk.’

Moet iedereen zijn agenda op dezelfde manier maken? Is dat in het belang van de missie van de school? Is dat in het belang van de onderwijskwaliteit? En, laatst maar niet minst, is dat in het belang van elke leerkracht?


Het antwoord kan vier keer ja zijn. Even vaak zie ik hoe eenzelfde agendasysteem voor iedereen verstikkend werkt voor sommigen. Het kan ook anders: je bepaalt samen als team het doel van goede lesplanning en wat de minimale vereisten hiervoor zijn. Binnen die lijnen is er dan ruimte om je agenda vorm te geven zoals die voor jou het best werkt.


‘Eerlijk, ik heb niet zoveel aan mijn aanvangsbegeleiding. Die helpt me niet echt vooruit. Soms is het net een extra belasting om hier tijd voor te moeten maken.’

Ook hier weer geldt: one size does not fit all. Startende leerkrachten vooruit willen helpen, is fantastisch. Dat doe je als begeleider echter niet (enkel) door jouw kennis over hen uit te gieten. Zoek uit wat elke starter écht nodig heeft. Het antwoord zal bij iedereen anders zijn. Misschien komt er ook een overlegje aan te pas met de manager of teacher happiness van je school, kwestie van elke starter maximaal te bieden wat die nodig heeft.


Versta me niet verkeerd. Dit artikel is geen pleidooi voor: ‘laat iedereen maar wat doen en ga op alle wensen in.’ Het is wel een pleidooi voor meer flexibiliteit, tot op de randjes van het huidige wettelijke kader. Het is een verhaal van geven en nemen, van zorgen voor elkaar. Een verhaal van meer autonomie én meer samen. Voor de mensen die hier verantwoordelijkheid in dragen (niet noodzakelijk enkel de directeur), betekent dat veel luisteren, aanvoelen en het voortdurend trainen van je coachingsvaardigheden. Resultaat gegarandeerd.


Volgende week deel 3: Communicatie, communicatie, communicatie!

98 keer bekeken0 reacties