Het lerarentekort: hoe los je dat op? Deel 1: Maak helder wat je nodig hebt.

Bijgewerkt op: sep 16

Het lerarentekort: hoe los je dat op?


Uiteraard bestaat er geen eenvoudig en ‘one size fits all’ antwoord op die vraag. In deze blogreeks zoom ik in op één essentieel deel van de oplossing: het aan boord houden van bevlogen onderwijsmensen.


Moedige en radicale beslissingen op beleidsvlak zijn daarvoor nodig. Beleidsevolutie kost echter tijd en het lerarentekort: dat is er nu. Daarom focus ik in deze reeks op wat je vandaag in de praktijk kan doen, binnen de huidige wettelijke context, met af en toe een boodschap richting beleid. Geen waarheden als een koe - die zijn er in deze discussie namelijk niet -, wel prikkels, ideeën, tools. Aan jou om te selecteren wat interessant is voor jouw school. Ik richt me in deze artikels op het basisonderwijs, maar veel is even goed bruikbaar op andere onderwijsniveaus.


Vandaag deel 1: Maak helder wat je nodig hebt.

‘Vandaag werd hier een palet met 75 tablets geleverd. Schitterend op zich, maar we hebben toch wat groen gelachen. Aan onze digitale borden hangen stokoude laptops, het draadloos internet werkt meer niet dan wel en we hebben maar 2 uur ICT-ondersteuning per week. Of beter: hadden, want onze ICT’er is een paar maanden geleden uitgevallen en we vinden geen vervanging.’

Wanneer beleid en werkelijkheid niet voldoende op elkaar zijn afgestemd, dan krijg je dit soort situaties. Onvoldoende luisteren naar elkaar leidt tot ingrepen die bestaande problemen niet of maar deels oplossen en een nieuw probleem creëren. Dat geldt tussen verschillende beleidsniveaus, maar evengoed binnen de schoolmuren. Zo krijgen te veel mensen het gevoel aan de slag te moeten met allerlei zaken waar ze zelf niet echt het nut of de noodzaak van inzien. Zij zien en voelen vaak andere noden. Dat zorgt voor extra werkdruk en keldert je werkvoldoening.


Een sleutel om dit te vermijden zijn check-ups. Dat zijn momenten waarop tijd wordt gemaakt om écht te luisteren naar elkaar, naar wat jij en je collega’s nodig hebben. Dan heb ik het niet over tussendoor bij de koffie (ook belangrijk!), maar over een gepland moment waarop je gehoord wordt én luistert.


Ik pleit ervoor om regelmatig, structureel een dergelijke check-up in te bouwen. Dat kan uitgebreid zijn, bv. aan het begin of het einde van het schooljaar, maar ook kort(er), bv. als vast onderdeeltje van studiedagen of teamoverleg.


‘De startvergadering eind augustus was loodzwaar. Om 9 uur zijn we begonnen met een bezinning. Om vijf over negen ging het al over de inspectie die dit schooljaar waarschijnlijk langskomt. Daarna volgde een waslijst afspraken en to do’s. Mijn zin om aan het schooljaar te beginnen, was meteen gehalveerd.’

Stel je voor dat deze vergadering anders was aangepakt: na een rustig momentje om even te landen, herhaalden we kort even de missie van onze school. Daarop kreeg iedereen de kans om even het woord te nemen. Daarbij mocht je een antwoord geven op deze vragen: Hoe is het met je? Wat denk/voel je als je aan komend schooljaar denkt? Wat heb je nodig (in deze vergadering/dit schooljaar)? Wat heeft onze school nodig?


De laatste twee vragen zorgen ervoor dat mensen zowel over zichzelf als over de school als geheel aan het reflecteren gaan. Als je een check-up leidt, begin dan zelf met te antwoorden op de vragen. Achteraf vat je samen wat je hoorde en vraag je aan de groep of je iets essentieels vergat. Je kan achteraf samen bepalen welke noden meteen of op wat langere termijn actie vereisen en hoe die zullen aangepakt worden.


‘Ja maar, Steffie, daar hebben wij geen tijd voor.’ Als dat ook jouw idee is, kan je je afvragen waar jullie als school het meeste baat bij hebben: alle vergaderingen en studiedagen volgepropt met mededelingen en allerlei pedagogisch-didactisch interessants of ook regelmatig een check-up? Moet die startvergadering eigenlijk op drie uur tijd afgehaspeld worden? Hoe zou het zijn als je begint met een hele dag (of zelfs twee- of driedaagse) aan een rustiger tempo, mét tijd om echt te voelen wat er leeft?


‘De vergadering ging moeizaam vandaag. Bij het verder uitwerken van onze visie rond muzische vorming hebben we vooral ruzie gemaakt. Eenvoudige beslissingen voor het eetfestijn duurden belachelijk lang. De oorzaak is niet ver te zoeken: we zijn allemaal zo op. Al twee weken lang drie afwezige collega’s: dat weegt door. Deze vergadering kon niet op een slechter moment komen.’

In dit voorbeeld is de olifant in de kamer de vermoeidheid in het team. Stel je ook hier eens voor dat het anders was gegaan: in een check-up aan het begin van de vergadering mocht iedereen in drie zinnen zeggen hoe het ging. Conclusie: veel mensen zijn moe en het opvangen van de zieke collega’s begint door te wegen. Daarop beslisten jullie samen eerst samen op zoek te gaan naar oplossingen en deel van de agenda te laten vallen. Hoe anders zou jij naar huis zijn gegaan na zo een vergadering?


Tot slot een belangrijke noot bij dit hele artikel. Wie al de hele tijd dacht ‘mijn directie zou dit ook eens moeten doen’, dat is niet hoe ik het zie. De directeur is één persoon in de groep, die evengoed eigen noden heeft. Gedreven schoolteams willen vaak vanalles en liefst nog tegelijk ook. Af en toe tijd maken om goed in te tunen op wat jullie en de school écht nodig hebben en welke acties daarbij horen, betekent minder tijd hebben voor iets anders. Dat is geen beslissing van een directeur alleen, maar van een heel team.


Volgende week deel 2 in deze reeks: Meer autonomie én meer samen.

93 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven