Grote niveauverschillen en door corona steeds andere afwezigen: hoe pak je dat aan?

Corona heeft de niveauverschillen in je klas een stuk groter gemaakt. Omdat voortdurend andere kinderen in quarantaine of ziek zijn, krijg je die kloof als leerkracht voorlopig niet weggewerkt. Jij blijft proberen om wie terug naar school komt zo snel mogelijk bij te spijkeren, maar het voelt als dweilen met de kraan open. Dat weegt op je werkplezier en je gezondheid.


Wat doe je daaraan?


Ja kan hierover een heel boek schrijven. Ik focus me in deze blog op de lagere school en op zaken die jij in je klas kan doen, zonder dat de hele schoolorganisatie om moet. Bij de selectie van sleutels die ik hier maak, zet ik jouw mentale gezondheid voorop. Jezelf gezond houden, is momenteel het grootste cadeau dat je je leerlingen kan doen.

1. Start de dag met ‘check-in tijd’.


Dat is een blokje van bijvoorbeeld 25 minuten waarin je kinderen zelfstandig aan de slag zijn, in regel zonder jou te storen. Ze kunnen onderling bij elkaar terecht voor hulp, maar niet bij jou. Dat zijn ze snel gewoon.


De kinderen kunnen kiezen uit een aantal taken, die duidelijk zijn weergegeven op een bord in de klas. Kies voor opdrachten waar je zelf weinig (voorbereidings)werk aan hebt en die een tijdje meegaan: lezen, muzische taken, werken met apps, een projectje, ...


Dit systeem geeft jou de tijd om te checken wie er vandaag is en daarop in te spelen voor de planning van de rest van de dag. Met wie terug is na afwezigheid, kan je meteen een paar kleine dingen in orde brengen en eventueel plannen wat wanneer zal gebeuren.


Op die manier gun je jezelf en je kinderen een rustigere start van de dag en behoud je makkelijker overzicht over wie wat nog te doen heeft.


2. Een kring als manier om flexibel te organiseren.


Aansluitend op de check-in tijd of als alternatief ervoor: een kring. Naast alle voordelen die een kring altijd biedt, is deze nu extra nuttig om efficiënt het werk van de dag te organiseren.

Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan inhaalwerk met een kind dat afwezig is geweest. Dat hoef jij niet (helemaal) te doen. Er zijn vast leerlingen in je klas die dat kunnen en met plezier willen doen. Geef hen daarvoor de tijd (tijdens de lesuren!) en maak goede afspraken.


Vergeet daarbij niet dat je kinderen die extra sterk zijn in iets, blijven hunkeren naar uitdaging. Maak daarom ook regelmatig homogene duo’s of groepjes, die een straffe uitdaging krijgen.


3. Geef korte instructies aan kleine groepjes


Stap (deels) af van klassikale instructies. Als een instructie veel te moeilijk of te makkelijk is voor drie vierde van je klas, is die voor hen nutteloos.


Een voorbeeld. Je plant een lesuur wiskunde? Dan kan je prima tot pakweg 5 keer 10 minuten instructie voorzien. Leerlingen die geen instructie volgen bij jou, zijn zelfstandig of in duo’s aan het werk op hun niveau. Daarbij kan je ook zorgen voor een help-systeem met sterkere leerlingen, zodat jij niet gestoord wordt tijdens het geven van instructies.


Zijn de verschillen minder groot? Dan kom je al een heel eind met een goed 4-sporenbeleid. Een voorbeeld vind je in dit korte filmpje van Klasse:



4. Zet extra ondersteuning flexibel in.


Veel niveauverschillen betekent veel verschillend werkmateriaal. Het is onhoudbaar om elke dag voor elke les op 3, laat staan 5 niveaus te differentiëren.


Ga daarom eens ‘shoppen’ bij de collega’s van de klassen onder en boven jou. Als een kind in het vierde leerjaar voor wiskunde op niveau tweede leerjaar zit, geef die dan ook een boek van het tweede leerjaar. Zit niet voortdurend zelf van alles bij elkaar te harken.


Denk ook aan het flexibel inzetten van een collega die bij je komt ondersteunen. In plaats van alle ondersteuningstijd in de klas door te brengen, kan die jou ook helpen met het zoeken én klaarmaken van geschikt materiaal.


5. Speeltijd = pauze


De verleiding is soms groot om ook je speeltijden op te vullen met het bijwerken van kinderen.

Doe. Dat. Niet.

Een speeltijd missen is niet leuk en niet goed voor een kind. Voor jou is altijd maar doorwerken in eerste instantie contraproductief en op termijn onhoudbaar.


6. Eindig de dag met een check-out.


Overloop aan het einde van de dag klassikaal per kind (kort!) zaken die relevant zijn om goed te kunnen plannen voor de volgende dag. Hoe staat het met dat project? Zijn die rekenoefeningen af? Is er iets dat nog in orde gebracht moet worden?


Naast rust biedt een check-out structuur en duidelijkheid, zowel voor jou als de kinderen.


7. Maak (tijdelijke) afspraken over agenda, dossiers, …


Een voorbeeld: nogal wat directies vragen dat je agenda telkens tip top in orde is vóór een schooldag. Als die agenda elke dag niet gevolgd kan worden en je die bovendien achteraf nog eens moet aanpassen, dan zorgt die voor een pak nutteloos, frustrerend werk.


Daarom: maak je directie, zorgcoördinator, collega’s duidelijk wat de situatie is in je klas. Ga samen op zoek naar efficiënte (tijdelijke) oplossingen, in jouw belang en automatisch ook in dat van de kinderen.


8. Wees mild voor jezelf.


Uitzonderlijke omstandigheden, uitzonderlijke aanpak. Je kan niet verwachten dat je wat betreft leerstof dezelfde resultaten boekt als in ‘normale’ jaren. Het is niet jouw fout dat je nu al een maand achter zit op je gewone planning.


Wees daarom niet te streng voor jezelf. Dat schaadt je mentale gezondheid en vergroot de kans dat je uitvalt. En als er iets is dat kinderen nu nodig hebben, dan is het hun juf of meester, in de klas.


__

Je werkdruk verlagen en je werkplezier vergroten? Dat kan je leren! Er zijn nog plaatsen voor mijn traject en vormingen, die binnenkort starten.

1,211 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven